Ik kies geluk

Ik geloof in wonderen, ik geloof in een mooie wereld, ik geloof in mezelf

Monster

bannerfans_17689819

 

ga liggen!!”

Een bal van vuur schoot rakelings over Madelon’s hoofd heen, terwijl Scott ruw haar schouders pakte en hen samen met een ongelooflijke kracht over de bank trok. De bank kieperde om en ze kwamen hard neer op de laminaatvloer. Scott lag bovenop haar, maar het was niet zijn gewicht waardoor ze ademloos was.

Wat was dat? Wie… was dat?

Scott’s linkerhand lag onder haar hoofd, waarmee hij had voorkomen dat deze hard de vloer raakte. Desondanks knipperde ze even met haar ogen. Toen ze weer scherp zag, keek ze direct naar de zwarte smeulende plek op de muur.

Zijn rechterhand omgaf haar schouder, waarbij zijn duim voorzichtig over haar blanke huid gleed. Ze knipperde even en keek recht in zijn prangende ogen. In zijn donkerbruine, bijna zwart gekleurde ogen leek ze zijn ongerustheid te kunnen lezen. Ze knikte om aan te geven dat ze oké was en maakte aanstalten om onder hem weg te schuiven. Hij drukte zijn lijf naar achteren en ze voelde weer wat ruimte. Als in een reflex ademde ze heel diep in, maar het ging met moeite.

“Beweeg je niet,” fluisterde Scott, terwijl hij overeind kwam.

Wat was dat nu net? Nog steeds kon ze geen naam geven aan dat wat op haar netvlies gebrand stond. Angstaanjagende gedachten vielen haar bewustzijn binnen en maakten dat ze begon te trillen.

Scott was op zijn knieën gaan zitten en gluurde over de bank heen. “Hij is weg.” Het drong amper tot haar door, dat hij zijn ogen weer op haar gericht had, toen hij zei: “We zijn veilig. Voor nu.”

Het zag eruit als een mens… Maar was het een mens? Madelon fronste. Het was een man. Toch? Ze zag zijn gloeiende ogen en een rilling gleed over haar rug. Hij had zijn mond open gedaan, alsof hij iets had willen zeggen.
“Wat..?” Madelon had niet eens in de gaten dat ze het hardop zei, maar Scott reageerde erop. Hij boog zich over haar heen, terwijl ze haar handen over haar ogen legde. Zachtjes schudde ze haar hoofd. Het was niet echt. Dat kon niet. Ze droomde vast.

“Kom even overeind.” Scott’s handen omklemden opnieuw haar schouders. Ze schrok even, maar ze liet hem dichterbij komen. Hij legde zijn hand achter haar rug en trok haar naar zich toe.
“Je bent oké,” zei hij, “maak je verder geen zorgen.”
“Hoezo?” reageerde ze, feller dan ze wilde. “D-dat was…” Haar stem haperde, terwijl ze koortsachtig woorden probeerde te formuleren van de massa hysterie aan gedachten. “Niet normaal,” was echter alles wat ze uit kon brengen.
Madelon keek Scott boos aan. Even zag ze een verbazing in zijn ogen, en toen glimlachte hij. “Nee, dat was zeker niet normaal.”

Ze grinnikte zenuwachtig, en merkte toen dat er een traan ontsnapte. Zijn ogen verkleurden naar een warm bruin, toen hij het zag en direct sloeg hij zijn armen om haar heen en fluisterde: “maar jij bent oké. Ik laat je niets gebeuren.”

Het was warm in de kamer, toen Madelon haar ogen open deed. De zonnestralen schenen haar tegemoet, en ze fronste. Haar hoofd bonkte. Haar lichaam was ontspannen en haar ledematen voelden zwaar. Ze voelde zijn warmte nog tegen haar lichaam, maar realiseerde zich dat ze hier alleen was. Het was ochtend.

~~ Einde ~~

(scene uit mijn nog naamloze verhaal)

 

2 reacties »

Toeval

bannerfans_17689819

 

het was per toeval dat Ruben naar buiten keek. Het was net na negenen en hij was al een aantal uren op. Nu was hij sowieso niet echt een laatslaper, maar om 6 uur draaide hij zich gebruikelijk nog wel een paar keer om. Door een ronkende motor, werd hij wakker gemaakt. Even had hij gefronst, omdat zijn lichaam voelde dat het nog vroeg was, maar ineens was daar die gedachte geweest die hem uit bed deed springen. Vandaag was de eerste dag van zijn vakantie en hij zou gaan klussen in zijn nieuwe huis. Zijn maat Thomas zou later die ochtend hem komen helpen met schilderen, dus was hij in zijn werkkleding geschoten, had hij Q-music lekker hard aan gezet en was hij alvast begonnen alles klaar te zetten.

Ruben was in zijn enthousiasme haast zijn kop koffie vergeten. De eerste stap van zijn dagelijkse ritueel en hij had het op de vensterbank in de woonkamer neergezet, terwijl zijn gedachten hem bezighielden over de plannen die hij met deze ruimte had. Een mooie stevige bank, zoals die hij had gezien bij Profijt meubel. Een lage glazen tafel; een krantenmand eronder, gevuld met de Quest, Men’s Health en Autovisie. En in de hoek, vlakbij de deur naar de hal, zou dan een Trachycarpus palm komen te staan.

Op zijn knieën had Ruben net de plinten afgetaped, toen hij zijn hoofd omhoogstak en de krachtige aroma van zijn lievelingsmerk rook. Hij stond op, pakte het glas van de vensterbank en nam een slok. En toen zag hij hem.

Hij was amper groot genoeg om te lopen, maar het waren zijn schoenloze voetjes die de aandacht van Ruben grepen. Het jongetje liep midden op de weg en dat was het tweede wat Ruben zich realiseerde. Het was dan weliswaar niet een doorgaande weg, maar hij woonde aan een lange straat, en men kon alsnog wel aardig het gaspedaal intrappen.
Ruben bedacht zich geen moment en zette het kopje iets te hard neer op de vensterbank. Koffie gutste over zijn hand, die hij even vluchtig wapperde, terwijl hij de eerste stappen richting de voordeur zette.
Eenmaal bij de stoep aangekomen, keek Ruben naar de plek waar hij het jongetje had zien lopen. Toen in de richting waarheen hij zijn kleine voetjes had gezet. En een paar meter verderop zag hij hem. Nog altijd met dezelfde langzame tred vooruit stappend.
“Hee!” riep Ruben, en hij betrapte zichzelf op een strengere toon dan hij had bedoeld. “Knul, wacht even.” Hij versnelde zijn pas en pakte het jongetje zacht bij zijn schouder.
Met een schok kwam de kleuter tot stilstand. Ruben knielde voor hem neer en keek hem in de ogen aan. “Waarom loop je hier zonder schoenen, jongen?” vroeg hij zacht, terwijl hij de jongen opnam. Zijn haar zat door de war, een zwarte veeg langs zijn wang. Zijn ogen stonden dof en Thomas voelde zijn hart zinken. Zou dit een zwervertje zijn? Hij hield het jongetje bij de schouders vast en keek naar zijn kleding. Hoewel vies en gekreukeld, kon hij zien dat het wel kwaliteitskleding was.
“Wie ben je, knul? Waar zijn je ouders?”
De jongen keek hem nu voor het eerst aan. Hij opende zijn mond een stukje, maar er kwam niets dan lucht uit. Hortend en stotend.
“Rustig, jongen, je bent oké. Zeg me maar wie je bent, dan help ik je weer thuis te komen.”
Het jongetje draaide zijn lichaam van Ruben af en trillend stak hij zijn hand uit. Zijn mouw schoof over zijn pols naar achteren en Ruben zag een flinke jaap tevoorschijn komen. Omdat de kleine rechterhand echter zijn shirt en zijn schouder iets steviger omklemde, werd zijn aandacht gestuurd naar de plek waar het jongetje met zijn linkerhandje naar toe wees.

Daar, op een paar tientallen meter afstand, was een ravage te zien. Een donkerblauwe Alfa Romeo zwichtte zowat onder het gewicht van een lantaarnpaal. Rook kwam uit de motorkap. De ruiten waren gebroken en glas lag versplinterd over het asfalt.

“Hee, kerel!” Ruben realiseerde zich dat het Thomas was, die zijn fietsremmen gebruikte achter hem. Het jongetje kromp ineen. Met een ruk draaide Ruben zijn hoofd om. “Thomas!” riep hij ademloos. “Blijf bij hem! Ik moet naar die auto!”

Met grote passen rende hij naar de Romeo en het besef kwam binnen dat aan de passagierszijde amper schade te zien was, met uitzondering van de gebroken ruiten. De lantaarnpaal was bovenop de bestuurderskant terecht gekomen, en Ruben voelde de angst hem om het hart slaan. Wat zou hij in de auto aantreffen?
Snel liep hij achterlangs om de auto heen, en probeerde via de voorruit naar binnen te kijken. De barsten waren echter zo veelvuldig aanwezig dat ze maskeerden wat er binnen te zien was. Hij legde zijn handen tegen de zijruit, drukte zijn hoofd tegen het glas, en toen zag hij haar.
Een jonge vrouw met een lelijke hoofdwond. Ze lag over de versnellingspook heen en haar bebloede hand lag dichtbij haar hoofd. Hij besefte dat ze had geweten wat er gebeurde. De klap was zo hard geweest dat die haar direct knock-out sloeg. Hij trok hard aan de autodeur, maar deze gaf geen krimp. Gespannen trok hij nogmaals en de auto maakte een piepend en krakend geluid. Of was het de lantaarnpaal, die iets meer terrein leek te winnen?
“Deze kant, ik heb de deur open!” riep ineens een vreemde stem. Ruben besefte plots dat er andere mensen bij hem waren komen te staan. “Kom snel,” hoorde hij een vrouw tegen haar mobieltje zeggen. Snel rende hij naar de passagierskant, drukte een man opzij met de woorden: “Leeft ze nog?!”
Hij boog zich over de vrouw heen en zocht naar tekenen van leven. Ze lag er stil bij en even vreesde Ruben het ergste. Voorzichtig raakte hij haar wang aan, waarop haar lichaam schokte. Ineens staarden haar twee grote reebruine ogen hem aan. Zijn stem werd zacht in de zee van mompelende geluiden om hem heen. “Het is oké. Je leeft nog.”

 

~~ Einde ~~

1 Reactie »

Drift

bannerfans_17689819

 

ik zou alles voor je doen, Miranda,” fluisterde Erik, terwijl hij zijn armen om de brunette heen sloeg. Miranda sloot haar ogen, en liet het moment even gebeuren.

Erik, een jonge man van midden-twintig, die ze slechts een jaar kende. Een man met wie ze het bed had gedeeld op de eerste avond dat ze elkaar zagen. Het was liefde op het eerste gezicht. Miranda herinnerde zich nog precies hoe haar hart een sprongetje had gemaakt toen ze elkaar voor de eerste keer aan keken. Het was alsof ze een gelijke had gevonden in hem. Zonder dat ze iets had hoeven zeggen, wist ze dat hij hetzelfde dacht.

Haar zwartgelakte nagels drukten zacht in zijn armspieren. “Wees niet ongerust,” reageerde haar beste vriend op haar onuitgesproken zorgen. Ze draaide zich naar hem toe en keek hem met haar grote reebruine ogen vanonder haar lange wimpers aan. Vanuit haar ooghoeken gleden de tranen over haar wangen. De tranen, gevuld met het zwarte van haar mascara en vervuld met opluchting en ontlading.

“Ik had geen keus, Erik.” Haar stem haperde en ze slikte even. “Het was alsof ik buiten mezelf stond. Ik had geen controle meer over wat ik deed.”
Erik knikte, waarop zijn wijsvinger langs haar wenkbrauw gleed en een losgetrokken plukje haar meenam. Achter haar oor liet hij het weer los. Hij legde zijn handen als een kommetje langs haar hoofd en met zijn duim veegde hij de met mascara gevulde tranen weg.

“Beloof me dat het goed komt, Erik. Je bent mijn beste vriend. Je bent er altijd voor me, ook als ik het weer eens heb verpest. Alsjeblieft, zeg me dat het goed komt.”
Erik keek haar diep in haar ogen aan, en zij kon haar blik niet van hem afhouden. Ze voelde zich veilig bij hem. Hij wist haar diepste geheim, en hij zou haar nooit verraden.
“Het komt goed,” zei hij, en zachtjes knikte ze ter bevestiging dat ze hem geloofde. Langzaam verslapte haar grip op hem en haar armen vielen langs haar lichaam. Ze keek even naar de afdruk, die haar vingers hadden gemaakt op zijn armen. Ze moest niet vergeten dat hij zich straks weer zou schoonmaken. Miranda keek naar haar handen. Haar vingers trilden.En zij zelf ook.

Erik keek langs haar heen. Miranda volgde zijn blik en samen keken ze naar de plas bloed dat even verderop lag. Daarin lag hij, onbeweeglijk. Zijn witte blouse met de dure manchetknopen, die hij een maand geleden had ontvangen van zijn zeilvereniging, nu doordrenkt met het rood van zijn bloed. Zijn blonde lange haar plakkend tegen elkaar, vettig, alsof hij het al weken niet had gewassen. Zijn ogen, voorheen stralend blauw, nu een doffe grijzige kleur. Zijn mond, iets geopend, zijn laatste onuitgesproken woorden op zijn lippen. Miranda had ze niet willen horen. Onwillekeurig keek ze naar de bronzen trofee, die ze, in een vlaag van woede, met geweld tegen het blonde hoofd had geslagen. Het lag nu in de hoek van de kamer.

Erik’s luide uitademing volgde na een kort knikje. Miranda keek hem aan, net toen hij zijn lippen even tegen elkaar perste. “Oké, dit is wat we gaan doen…”

~~ Einde ~~

2 reacties »

Verloren

bannerfans_17689819

 

ze sluit de deur achter zich. Haar hand houdt de deurklink nog vast. Haar tas valt op de grond. Met haar vrije hand trekt ze haar pumps uit en gooit ze achteloos op de grond. Langzaam laat ze haar hoofd de deur raken. Haar ogen zijn gesloten. Ze neemt een diepe teug adem, opent haar ogen en draait haar blik naar links. Daar, slechts drie meter verderop, ziet ze haar telefoon staan. Ze wil hem vertellen hoe haar dag was. Hij zou zo trots op haar zijn. Omdat ze vandaag niet heeft gehuild. Omdat ze zelfs even een glimlach liet zien. Haar lip trilt. Ze sluit haar ogen, maar een traan ontsnapt alsnog van onder haar ooglid.
Ze drukt haar rug tegen de deur. “Shit.”
Haar adem stokt even, en ze snikt het uit.

“Sorry, Adam.” Ze schudt haar hoofd en probeert zich te vermannen. Ze probeert zich te herinneren wat hij haar altijd zei als ze op wilde geven. De woorden komen niet, maar ze ziet hem voor zich verschijnen. Hij met zijn grote begripvolle ogen en zijn sterke armen. Hij wist altijd precies wat hij moest zeggen. Het was alsof hij recht in haar hart kon kijken. Soms hoefde hij haar alleen maar aan te kijken, en dan wist ze het. Ze kon nooit wat geheim voor hem houden… en ze wilde het ook niet.
Hij was haar beste vriend.

“Ik mis je…”

De tranen komen nu in groten getale. Ze laat zich zakken tot ze op de grond zit, en trekt moeizaam haar knieën naar zich toe en slaat haar armen er om heen. Het verdriet is als een grote golf, die haar overspoelt. Ze wil erin verdrinken. Kan dat? Kan ze gewoon verdrinken? Als die pijn maar stopt. Het is teveel. Haar lichaam lijkt het verdriet amper aan te kunnen; trillend, schokkend en haperend.
Ze herinnert zich zijn geur, als ze naast hem wakker werd. Een klein beetje van zijn shampoo – want hij douchte zich altijd voor het slapen gaan – maar vooral zijn eigen geur. Ze voelde zich hierdoor beschermd, geliefd, mooi. Als ze wakker werd, draaide ze zich altijd naar hem toe. Haar ogen gesloten, puur afgaand op zijn geur, legde ze haar hand op zijn borstkas, die ontspannen op en neer bewoog. Ze schoof dan naar hem toe en legde haar hoofd net onder de zijne. Haar voorhoofd raakte dan zijn kin, omdat ze haar hoofd iets omhoog trok. Ze grinnikte altijd zachtjes, want zijn stoppeltjes hadden nu eenmaal dat effect op haar. En dan ademde ze even heel diep in. Het duurde dan maar kort voordat ze hem hoorde. “Morgen, schat.” Het was het eerste dat hij altijd zei in de ochtend.

En toen kwam die ochtend dat ze zich omdraaide en haar hand niet zijn lichaam vond. Haar hand raakte een koud stukje dekbed. Ze had haar hoofd met een ruk omhoog getrokken en als verlamd naar de lege plek naast haar gestaard. Zonder echt bewust te beslissen, had ze haar bed niet willen verlaten. Ze was als in een roes weer gaan liggen. Dagenlang had ze alleen maar geslapen, en was ze weer wakker geworden met de hoop dat hij dit keer wel weer naast haar zou liggen als ze wakker werd. Maar het was nooit zo.
Nooit meer zou ze wakker worden naast hem. Nooit.

‘Je bent zoveel meer dan dit, Sanne.’
Het klinkt heel zacht, maar het is er wel. Adam. Het is zijn stem, die tegen haar spreekt.
‘Je bent zo sterk.’
Ze lacht onwillekeurig door haar tranen heen. Zo sterk voelt ze zich helemaal niet.
‘Je bent veel sterker dan je denkt.’
“Ik wil niet, Adam,” huilt ze, “ik wil niet verder. Niet zonder jou.”
Ze ademt even diep in en een fluistering vindt zijn weg naar haar hart.
‘Je bent niet alleen, schat.’

geïnspireerd door ‘With you’ – Ghost the Musical (klik hier)

 

1 Reactie »

%d bloggers liken dit: